De schilder- en tekenkunst van Kris Fierens is zowat de moeilijkste die er is. Ze kan immers niet geëxpliciteerd worden, omdat ze niet begint of eindigt met een ratio. Kris Fierens begint niet vanuit een beeld, een idee, een object of een concept, hij vertrekt vanuit een nooit te herhalen combinatie van het gestuele, het emotionele en het onderbewuste. Dat is de essentie van het werk van Kris Fierens: de kracht en de schoonheid van een beweging, als een culminatiepunt van een denkproces dat niet met woorden te ontleden valt.

Marc Ruyters


Não sou nada.

Nunca serei nada.

Não posso querer ser nada.

À parte isso, tenho em mim todos os sonhos do mundo.

(I am nothing.

I will never be anything.

I cannot want to be anything.

Apart from this, I have within me all the dreams of the world.)

Like the speaker of Fernando Pessoa’s Tabacaria, the artist Kris Fierens insists on the negative choice – he always knows what he doesn’t want, whether or not he can clearly articulate what that means in terms of what he does. Yet above all – and in light of the foregoing this may seem paradoxical – Fierens never wants to remain vrijblijvend, literally noncommittal, without obligation. Art, according to Fierens, is obliged to stake claims in order to succeed, to pretend to something as to a throne for which there may be many contenders. At first glance, it is a balancing act between vrijheid and vrijblijvendheid, between freedom that chooses and cowardice that does not. Between the real reality outside, where there are tobacco shops and trams and street urchins, and the reality within where all things are endlessly possible because everything is an illusion anyway.

Irene Schaudies, January 2009

© Kris Fierens